NEN 1010 is de norm met de veiligheidsregels voor elektrische installaties, ook die in je huis. De wet verwijst ernaar, maar niet altijd naar dezelfde versie. Voor een bestaande woning geldt een andere ondergrens dan voor nieuwbouw, en de nieuwste versie uit 2020 mag al worden gebruikt terwijl de wet nog naar die uit 2015 verwijst. Voor vragen die er in de meterkast toe doen, zoals hoeveel groepen er op een aardlekschakelaar mogen, maakt dat verschil uit.

Wat is NEN 1010?
Voluit heet de norm Elektrische installaties voor laagspanning; het is de Nederlandse uitwerking van de internationale normenreeks HD-IEC 60364. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) maakt hem verplicht: een voorziening voor elektriciteit moet bij lage spanning aan NEN 1010 voldoen, voor bestaande gebouwen in artikel 3.106 en voor nieuwbouw in artikel 4.199. Welke versie daarbij hoort, wijst de Omgevingsregeling aan.
Wettelijk telt alleen het deel van de norm dat over veiligheid gaat; de Omgevingsregeling verklaart alleen die onderdelen van toepassing. Daardoor gelden er geen eisen aan de omvang van de installatie: een minimumaantal groepen of stopcontacten schrijft de wet niet voor.
Een certificaat om te mogen installeren is er ook niet; NEN schrijft dat geen wet zo’n certificaat eist. Wel moet het werk aan de norm voldoen, en een zegel van de netbeheerder mag alleen een installateur met zegelrecht verbreken.
Welke versie geldt voor jouw huis?
Dat hangt af van wat er met de installatie gebeurt:
| Situatie | Welke NEN 1010 | Wat dat betekent |
|---|---|---|
| Bestaande woning, er verandert niets | Minimaal de versie uit 1962 | Een installatie die niet aan de nieuwste eisen voldoet, is daarmee niet in strijd met de regels |
| Je laat een deel aanpassen, bijvoorbeeld een groep bijplaatsen | Het niveau dat er al was, met 1962 als ondergrens | Een oudere versie mag, maar niet ouder dan die waarmee de installatie is aangelegd; voor zonnepanelen of een laadpaal geldt een versie die daar regels voor heeft |
| Je vernieuwt de hele installatie of legt een nieuwe aan | NEN 1010:2015 met correctie C2:2016 en wijziging A1:2020 | Dezelfde eisen als bij een nieuw huis |
| Nieuwbouw | NEN 1010:2015 met correctie C2:2016 en wijziging A1:2020 | De versie die het Bbl nu aanwijst |
| In alle gevallen | Een nieuwere versie, zoals NEN 1010:2020, mag ook | De wetgever gaat ervan uit dat de veiligheid daarmee toeneemt |
Het niveau dat er al was, heet in de regels het rechtens verkregen niveau: een aanpassing mag de installatie niet slechter maken dan ze was. Bij een uitbreiding kan het wel nodig zijn ook het bestaande deel aan te passen, schrijft NEN. Dat speelt bijvoorbeeld als er zonnepanelen, een thuisbatterij of een laadpaal bij komen. Heeft de omvormer daarvan geen eigen aardlekbeveiliging, dan moet de aardlekbeveiliging in de groepenkast een type B worden, stelt het NIPV. Wat er verder bij zo’n uitbreiding komt kijken, lees je bij meterkast aanpassen.
Wat verandert er in NEN 1010:2020?
Voor een woning vallen twee verschillen het meest op:
| Onderwerp | NEN 1010:2015 (nu aangewezen) | NEN 1010:2020 (nog niet aangewezen) |
|---|---|---|
| Groepen per aardlekschakelaar van 30 mA | Ten hoogste vier | Geen vast maximum; de verwachte lekstroom mag hooguit 0,3 keer de aanspreekstroom zijn, 9 mA bij een aardlekschakelaar van 30 mA |
| Stopcontacten achter een aardlekbeveiliging van 30 mA | Tot en met 20 ampère, voor algemeen gebruik door leken | Tot en met 32 ampère, dus ook bijvoorbeeld een perilex- of CEE-contactdoos van 25 of 32 ampère |
Het eerste verschil merk je in de groepenkast. Onder de versie van 2015 bepaalt een vaste regel het aantal aardlekschakelaars: vier groepen per stuk. In 2020 is dat maximum losgelaten en moet de installateur de groepen zo verdelen dat de normale lekstroom van de apparaten geen aardlekschakelaar ongewild laat afslaan. Hoe dat in een kast uitpakt, lees je bij groepenkast samenstellen.
Daarnaast staan er in NEN 1010:2020 regels die voor nieuwe apparaten in huis gelden. Een laadpunt voor een elektrische auto krijgt in de regel een eigen eindgroep en een aardlekbeveiliging van 30 milliampère: een type B, of een type A of F met een voorziening die afschakelt bij gelijkstroom boven 6 milliampère. Is voor de omvormer van zonnepanelen een aardlekbeveiliging nodig, dan is dat een type B, tenzij de fabrikant van de omvormer iets anders verklaart. Voor apparaten met een hoge aansluitwaarde komt de grens van 2 kVA terug: daarboven krijgen ze waar nodig een eigen groep. En een overspanningsbeveiliging is verplicht als de gevolgen van overspanning mensenlevens, publieke diensten of erfgoed, commerciële of industriële activiteiten of veel mensen raken; in alle andere gevallen, zoals een gewone woning, moet een risico-evaluatie uitwijzen of hij nodig is.
Wanneer wordt NEN 1010:2020 verplicht?
Begin oktober 2026 wees de Omgevingsregeling nog de versie uit 2015 aan. Vakblad Solar & Storage Magazine meldde in juni 2026 dat NEN 1010:2020 eind 2026 in het Bbl komt. Tot die aanwijzing blijft 2015 de wettelijke versie voor nieuwbouw en een complete vernieuwing, al mag een installateur de nieuwe versie nu al toepassen.
Voor een bestaande installatie verandert er met die aanwijzing niets vanzelf: voor bestaande bouw wijst de Omgevingsregeling een eigen, oude versie aan als ondergrens. Merkbaar wordt het vooral bij nieuw werk. Laat je een groepenkast vervangen of uitbreiden, vraag de installateur dan naar welke versie hij werkt. Dat bepaalt onder meer hoeveel aardlekschakelaars er in de kast komen.
Wie controleert of je installatie voldoet?
Er is geen vaste controle. Een periodieke keuring van de elektrische installatie in een woning is wettelijk niet verplicht, maar je verzekeraar kan er wel een eisen, schrijft NEN. Een bedrijf met een erkenning van InstallQ moet wel metingen en beproevingen volgens NEN 1010 doen, en na nieuw werk kun je zo’n bedrijf om een conformiteitsverklaring vragen. Wat een keuring inhoudt en kost, lees je bij elektrische installatie keuren; hoe je een erkende elektricien vindt, bij elektricien nodig.
Veelgestelde vragen
Is NEN 1010 verplicht?
Ja. Het Besluit bouwwerken leefomgeving eist dat een voorziening voor elektriciteit aan NEN 1010 voldoet. Welke versie, hangt af van de situatie: voor een bestaande woning de versie uit 1962 als ondergrens, voor nieuwbouw en een volledig vernieuwde installatie NEN 1010:2015 met de aanvullingen tot en met 2020.
Moet een oude installatie zonder aardlekschakelaar er alsnog een krijgen?
De wet eist het niet: voor bestaande bouw geldt de versie uit 1962, en aardlekschakelaars zijn pas sinds 1975 verplicht in woninginstallaties. Verstandig is het wel. EnergieVeilig raadt aan er alsnog een te laten plaatsen door een erkend installateur. Hoe zo’n schakelaar werkt, lees je bij aardlekschakelaar.
Mag een installateur al volgens NEN 1010:2020 werken?
Ja. Een nieuwere versie van een aangewezen norm mag worden toegepast. Vraag wel naar welke versie hij werkt, want daarvan hangt onder meer af hoeveel groepen er achter een aardlekschakelaar komen.
Geldt NEN 1010 ook voor zonnepanelen en een laadpaal?
Ja. Bij een wijziging met onderdelen die in een oudere versie niet voorkomen, zoals zonnepanelen of een laadpaal, geldt een latere versie die daar wel regels voor heeft. Onder NEN 1010:2015 komen zonnepanelen op een eigen eindgroep zonder andere apparaten of stopcontacten. Welke groepen en aardlekschakelaars zo’n uitbreiding vraagt, lees je bij groepenkast.
Heb je een certificaat nodig om volgens NEN 1010 te mogen installeren?
Nee. Er is geen wet die een certificaat eist om te mogen installeren of inspecteren, en installateur is een vrij beroep; een erkenning, zoals die van InstallQ, is ook niet verplicht. Het werk moet wel aan de norm voldoen. Zegels van de netbeheerder mag alleen een installateur met zegelrecht verbreken, en daarvoor is een InstallQ-erkenning voor elektra nodig. Enexis raadt bovendien af zelf aan de meterkast te klussen en adviseert werk in de meterkast altijd door een erkend installateur te laten doen.