De aardlekschakelaar is de schakelaar in je groepenkast die je tegen een elektrische schok beschermt. Hij sluit de stroom af zodra er ergens stroom weglekt, bijvoorbeeld via een kapot apparaat of via iemand die iets aanraakt dat onder spanning staat. Je herkent hem aan de testknop, en wie weet hoe hij werkt, begrijpt ook waarom hij soms uitvalt en wanneer er een ander type nodig is, zoals bij een laadpaal of zonnepanelen.
Wat doet een aardlekschakelaar?
Een aardlekschakelaar vergelijkt de stroom die je installatie in gaat met de stroom die terugkomt. Die moet even groot zijn. Is dat niet zo, dan verlaat een deel van de stroom de installatie langs een verkeerde weg, bijvoorbeeld via het menselijk lichaam of door een probleem met de aarding. Dat heet lekstroom, en dan onderbreekt de aardlekschakelaar direct de stroomtoevoer. Zo kunnen elektrische schokken, brand en schade aan apparaten worden voorkomen.
In woningen gaat het om een aardlekschakelaar van 30 milliampère. Hij werkt snel: de productnorm IEC 61008 eist dat een gewone aardlekschakelaar uiterlijk binnen 0,3 seconde uitschakelt bij zijn nominale lekstroom. Te veel stroom door overbelasting of kortsluiting merkt hij niet op; daarvoor zit er per groep een installatieautomaat in de kast. Welke stopcontacten en groepen achter een aardlekschakelaar van 30 milliampère moeten, regelt NEN 1010, en dat verschilt per versie. Dat lees je bij welke NEN 1010 geldt.
Aardlekschakelaar, installatieautomaat en hoofdschakelaar
In de groepenkast zitten schakelaars die op elkaar lijken, maar elk iets anders doen:
| Onderdeel | Schakelt uit bij | Wat het doet |
|---|---|---|
| Aardlekschakelaar | lekstroom, in woningen vanaf 30 mA | vergelijkt de heengaande en teruggaande stroom van de groepen erachter |
| Installatieautomaat | overbelasting en kortsluiting | beveiligt één groep; in oudere groepenkasten zit daar een stop |
| Aardlekautomaat | lekstroom, overbelasting en kortsluiting | aardlekschakelaar en installatieautomaat in één, voor één groep |
| Hoofdschakelaar | alleen als je hem zelf omzet | maakt de hele installatie in één keer spanningsloos |
Sinds wanneer is een aardlekschakelaar verplicht?
Sinds 1975 moeten elektrische installaties in woningen een of meer aardlekschakelaars hebben. Een nieuwe woninginstallatie heeft er volgens Techniek Nederland ten minste twee, zodat de verlichting gewaarborgd blijft als er één afslaat. Voor een oudere installatie eist de wet niet dat er alsnog een komt: voor bestaande woningen geldt NEN 1010 uit 1962 als ondergrens. Verstandig is het wel. EnergieVeilig en Enexis raden aan bij een installatie zonder aardlekschakelaar er alsnog een te laten plaatsen door een erkend installateur.
Hoeveel groepen achter een aardlekschakelaar?
Volgens NEN 1010:2015, de versie die het Bbl aanwijst voor nieuwbouw en het volledig vernieuwen van een installatie, mogen er maximaal vier groepen achter een aardlekschakelaar van 30 milliampère. Een standaardkast van Hager met acht groepen heeft bijvoorbeeld twee aardlekschakelaars. Tot acht groepen heb je dus twee aardlekschakelaars nodig, van negen tot twaalf groepen drie.
In NEN 1010:2020 is dat maximum van vier losgelaten. In plaats daarvan moet de installateur de groepen zo verdelen dat de lekstroom bij normaal gebruik geen aardlekschakelaar ongewild laat afslaan: hooguit 0,3 keer de aanspreekstroom, dus 9 milliampère bij een aardlekschakelaar van 30 milliampère. Die versie mag al worden toegepast, maar is wettelijk nog niet aangewezen. Hoe groepen in de praktijk over de aardlekschakelaars worden verdeeld, lees je bij groepenkast samenstellen.
Aardlekschakelaar testen
Op de aardlekschakelaar zit een testknop met een T of het woord Test. Druk je die in, dan hoort de installatie achter die schakelaar uit te schakelen. Klapt de schakelaar naar beneden, dan is hij in orde; zet hem daarna weer omhoog. Schakelt hij niet uit, dan adviseert EnergieVeilig meteen een erkend installateur te laten komen. Werkt na het terugzetten niet alles weer normaal, bel dan ook een erkend installateur.
Test hem ten minste twee keer per jaar, bijvoorbeeld bij de overgang naar zomer- en wintertijd. Anders kan het mechaniek vast gaan zitten. Liander adviseert elk half jaar, fabrikant ABB zelfs elke maand. Woon je in een huurwoning, neem dan eerst contact op met je verhuurder.
Als de aardlekschakelaar uitvalt
Slaat hij af, dan lekt er ergens stroom weg, bijvoorbeeld via een kapot apparaat. Je vindt dat apparaat door de groepen erachter en alle apparaten uit te zetten, de aardlekschakelaar en de groepen weer in te schakelen en de apparaten een voor een terug aan te zetten tot hij opnieuw afslaat. Wat je per situatie doet, en wanneer je een installateur belt, staat bij aardlekschakelaar valt uit.
Welk type aardlekschakelaar heb je nodig?
Aardlekschakelaars verschillen in de soorten lekstroom die ze herkennen. Dat wordt belangrijker nu er meer apparaten met elektronica en omvormers in huis komen:
| Type | Herkent | Toepassing |
|---|---|---|
| Type AC | alleen sinusvormige wisselstroom | mag sinds 1996 niet meer worden toegepast |
| Type A | wisselstroom en pulserende gelijkstroom | volstaat zolang de vlakke gelijkstroom onder 6 mA blijft |
| Type F | lekstroom van apparaten met een eenfasige frequentieregelaar | bijvoorbeeld moderne wasmachines |
| Type B | ook vlakke gelijkstroom boven 6 mA | omvormers van zonnepanelen en laadpalen, met uitzonderingen |
Zit de omvormer van zonnepanelen achter een aardlekbeveiliging, dan moet die volgens SMA van het type B zijn, tenzij de fabrikant van de omvormer een ander type toestaat; veel SMA-omvormers mogen ook achter een type A. Voor een laadpaal vraagt NEN 1010:2020 per laadpunt een eigen aardlekbeveiliging van 30 milliampère, plus bescherming tegen gelijkstroomfouten: een type B, of een type A of F met een detectie die afschakelt boven 6 milliampère. Sommige laadpalen hebben die detectie zelf, zoals de Eve Single van Alfen; die vraagt in de groepenkast een type A.
Bij een warmtepomp of thuisbatterij volgt de installateur de handleiding van de fabrikant. NIBE vraagt voor zijn F2050 bijvoorbeeld een aparte aardlekschakelaar van maximaal 30 milliampère als het huis aardlekschakelaars heeft. Welke beveiliging elk apparaat in huis vraagt, staat bij meterkast aanpassen.
Aardlekautomaat: groep en aardlek in één
Een aardlekautomaat combineert een aardlekschakelaar en een installatieautomaat in één onderdeel. Het voordeel is dat bij lekstroom alleen die ene groep uitvalt. Als nadeel noemt Schneider Electric dat je minder goed kunt zien waarom hij afschakelt: door lekstroom of door overbelasting of kortsluiting. ABB raadt aan er per groep een te gebruiken, zodat een fout in de ene groep de andere groepen niet raakt.
Aardlekschakelaar vervangen of bijplaatsen: wat kost het?
Een aardlekschakelaar kan kapot gaan, bijvoorbeeld door blikseminslag. Lukt uitschakelen of inschakelen niet meer, laat hem dan vervangen, adviseert ABB. Ook bij extra groepen of een laadpaal kan er een aardlekschakelaar bij moeten. Dat is werk in de meterkast, en dat hoort bij een erkend elektrotechnisch installateur.
| Klus | Gemiddelde prijs | Inbegrepen |
|---|---|---|
| Aardlekschakelaar, goedkoopste merk | € 95 tot € 110 | materiaal, montage en btw |
| Aardlekschakelaar, A-merk | € 125 tot € 145 | materiaal, montage en btw |
| Aardlekautomaat | € 155 tot € 175 | materiaal, montage en btw |
| Aardlekschakelaar type B (laadpaal) | € 175 tot € 225 | materiaal, montage en btw |
| Extra aardlekschakelaar toevoegen | € 85 | materiaal, montage en btw |
Rekent de elektricien per uur, dan lees je bij kosten elektricien per uur wat gebruikelijk is. Moet de hele groepenkast worden vervangen, dan staan de kosten bij groepenkast vervangen.
Veelgestelde vragen
Hoe moet de aardlekschakelaar staan?
Omhoog. Bij een storing vraagt Liander als eerste of alle schakelaars in de meterkast omhoog staan. Na het indrukken van de testknop klapt de aardlekschakelaar naar beneden; dan zet je hem weer omhoog.
Hoe ziet een aardlekschakelaar eruit?
Het is een schakelaar in de groepenkast met een testknop, waarop een T of het woord Test staat. In een moderne groepenkast zitten er ten minste twee, elk met een paar groepen erachter. Een aardlekautomaat heeft ook een testknop, maar beveiligt maar één groep.
Hoeveel aardlekschakelaars heb je nodig bij 3 fasen?
Dat hangt af van het aantal groepen, maar let op de verdeling. ABB waarschuwt voor 3-fase kasten met maar twee 1-fase aardlekschakelaars: gebruikt een aansluiting maar twee van de drie fasen, dan heb je ook maar twee derde van het beschikbare vermogen. ABB adviseert drie 2-polige aardlekschakelaars, zodat de belasting gelijk over de fasen wordt verdeeld, en bij een kookgroep de derde 4-polig uit te voeren of een vierde, 4-polige aardlekschakelaar te plaatsen.
Heb ik een aardlekschakelaar van 30 of 300 mA nodig?
Voor een woning gaat het om 30 mA. Die is nodig als aanvullende bescherming bij stopcontacten voor algemeen gebruik en bij groepen met verlichting in woningen. Een van 300 of 500 mA komt soms voor als beveiliging voor de groepen, maar vervangt die van 30 mA niet.
Mag ik zelf een aardlekschakelaar vervangen?
Wettelijk is installateur een vrij beroep, maar werk in de groepenkast hoort volgens EnergieVeilig bij een erkend elektrotechnisch installateur. Je werkt dan in een kast die onder spanning kan staan. Zelf testen met de testknop en terugzetten mag wel.